maandag 10 december 2012

Architect ziet nieuwe business na BIMtransformatie van zijn bureau

Klous + Brandjes Architecten, uit Haarlem, is een bureau dat de uitdagingen van de crisis heeft gebruikt om van een klassiek bureau te transformeren tot een gespecialiseerd BIM-bureau. En hebben ze tegelijkertijd een nieuw businessmodel ontwikkeld, in BIMmodelleren en advisering in BIMimplementatie voor aannemers.

IPC-trajecten

De toekomst van het bureau Klous + Brandjes was onzeker. De crisis viel samen met een gepland vertrek van één van de partners. De hoofdmoot van het werk van het bureau was op de moeilijke woningmarkt. Cees Brandjes heeft daarom zijn bureau moeten slinken van vierentwintig naar elf man en had voor zijn personeel ook een deeltijd-WW aangevraagd. Cees Brandjes: “Het roer moest om.” Het Haarlemse bureau Klous + Brandjes deed eind 2009/begin 2010 daarom mee met een ronde van de Innovatie Presentatie Contracten (IPC, een subsidie voor samenwerking en innovatie). Ook had Klous + Brandjes inmiddels een nieuwe dienst: EnergyComfort Garantwoning opgezet (in samenwerking met VBK) een flexibel bouwsysteem voor nieuwbouw en voor renovatie, waarbij het EPC 10% lager uitkomt dan de norm. Deze dienst blijkt nu een goede combinatie te zijn met het IPC-traject, waarin de BIMtransformatie centraal staat. Het nieuwe IPC-traject wordt getrokken door penvoerder Archimove, een stichting die zich inzet voor innovatie in de architectenbranche.

BIM-bureau

Het bureau Klous + Brandjes heeft zich nu volledig getransformeerd. De deeltijd-WW gaf het bureau de kans om het personeel om te scholen om zo een ‘BIM-proof’ bureau te worden. De organisatiestructuur van het bureau veranderde van een functiegerichte structuur naar een structuur gebaseerd op competenties. Nu hebben de medewerkers hun eigen specialisatie binnen BIM en is de onderlinge samenwerking verbeterd. Cees Brandjes ziet veel voordeel van zijn keuze: “Ik had mijn geld ook in een sociaal plan kunnen steken, maar wat ik er nu ingestopt heb krijgt het bedrijf en de medewerkers er drie keer uit.”

Kennisbank

Tijdens de periode van de deeltijd-WW heeft Klous + Brandjes een eigen bibliotheek van bouwelementen aangelegd waardoor zij een sterk profiel hebben gekregen op het gebied van BIM en duurzame bouw. Daarmee hebben zij nu een hoger niveau van dienstverlening, zeker op het gebied van duurzaamheid. Hierdoor hebben zij een nieuwe markt aangeboord en daarmee hun voortbestaan zeker gesteld. Dit is voortgekomen uit de elkaar versterkende combinatie van de IPC-trajecten: duurzaamheid en transformatie naar BIM.

Ketenintegratie

Klous + Brandjes is nu meer dan een architectenbureau. Zij gebruiken hun BIM specialisme niet alleen voor zichzelf. Veel aannemers kunnen nog niet met BIM werken. Klous + Brandjes neemt daarom het BIM-gedeelte van de aannemer over. In andere gevallen worden zij ingehuurd om aannemers te adviseren over de implementatie van BIM. Daarmee is het bureau een mooi voorbeeld van samenwerking en ketenintegratie in de bouw. Door deze nieuwe vorm van samenwerking krijgen zij steeds meer opdrachten binnen, die een direct gevolg zijn van de transformatie van hun bureau.

Voor mij is dit een ondernemer met visie, die niet alleen kansen ziet maar ook benut!

donderdag 18 oktober 2012

Architecten zien kansen in multidisciplinaire samenwerking


De ondernemers van Het Keizerrijk architecten, Berend Hoffmann en Marc Engels, hebben het slim aangepakt. Zij zagen kansen in een nieuw businessmodel met een multidisciplinaire aanpak. Hierdoor onderscheidt hun interactieve stedenbouwkundig rekentool, Citymaker , zich van andere tools. Dat noem ik ondernemerschap in optima forma!
(Onderstaand artikel over de Citymaker is grotendeels overgenomen van www.kansenkanon.nl )

Aanleiding

"Van oudsher wordt er veel getekend bij stedenbouwkundige gebiedsontwikkeling," licht Berend toe. "Het is echter wel belangrijk om bij het maken van zo'n ontwerp uit te gaan van realistische aannames. En daar komt het nodige rekenwerk aan te pas. Daarnaast is het zo dat als een opdrachtgever een kleine wijziging in het plan wil doorvoeren, er weer een nieuwe tekening moet worden gemaakt," zo verduidelijkt Berend het delicate evenwicht tussen rekenen en tekenen.

Multidisciplinaire insteek

Omdat het maken van stedenbouwkundige schetsen of tekeningen veel tijd en dus geld kost, bedachten Berend en Marc een alternatieve methode om het planproces bij gebiedsontwikkeling sneller, eenvoudiger en efficiënter te laten verlopen. Omdat de interactieve rekentool die hun voor ogen stond een multidisciplinaire insteek zou moeten hebben, zochten zij contact met een aantal partijen met aanvullende expertise. "In de dagelijkse praktijk kijkt elke expert met eigen ogen naar een plan en werkt elke specialist met eigen aannames. Een verkeerskundige heeft bijvoorbeeld een andere insteek dan een groenspecialist," verduidelijkt Berend. "Door expertise van al die aanvullende disciplines in een rekenprogramma in te bouwen, bewerkstellig je een integrale aanpak."

Integraliteit

Samen met de bedrijven Procap (projectmanagement), Stipo (vertaling naar sociaal maatschappelijke voorzieningen), Techniplan (duurzaamheid en energieadvies), Stadkwadraat  en Sumcity (samen met Stadkwadraat de vertaling naar vastgoed- en grondexploitatie) werkte Het Keizerrijk aan de realisatie van het rekenprogramma Citymaker. Dit programma rekent op basis van de projectuitgangspunten en een groot aantal kengetallen aan een realistisch plan. "Het mooie is dat je eenvoudig kunt bepalen wat het effect op andere onderdelen is als je iets in het plan verandert," aldus Berend. "Als je bijvoorbeeld meer openbaar groen wilt inpassen, wat betekent dit dan voor het aantal woningen en parkeerplaatsen als je het aantal bewoners gelijk wilt houden?" Citymaker maakt het mogelijk om planonderdelen, zoals bijvoorbeeld wonen, winkelen, onderwijs, groen of andere openbare voorzieningen tegen elkaar uit te wisselen. Naast de ruimtelijke consequenties rekent Citymaker tegelijkertijd de effecten door op het vlak van onder meer energie, afval, water en financiën.

Goede ondersteuning

Er werd externe expertise ingehuurd om het programma, dat initieel een standalone karakter had, webbased te maken en te integreren in de websites van de partners. Terugkijkend is Berend blij met de ondersteuning die zijn architectenbureau bij de ontwikkeling van Citymaker heeft ondervonden van Syntens. "Onze innovatieadviseur Elly van Wattingen heeft ons samen met haar collega Bon Uijting vanaf het eerste moment gestimuleerd om het professioneel aan te pakken en samenwerking te zoeken met deskundige partners. Juist de strategische samenwerking met de vijf partners en in het verlengde hiervan het multidisciplinaire karakter van het model, betekent een grote meerwaarde voor Citymaker."

In de markt zetten

Samen met Elly heeft Berend intensief gespard over de mogelijkheden om het ontwikkelde rekenprogramma in de markt te zetten. "Op advies van Syntens heb ik samen met de vijf partners een coöperatie gevormd. Vooralsnog gebruiken wij Citymaker zelf in onze contacten met opdrachtgevers en potentiële klanten. Samen hebben we een groot netwerk." Daarnaast wordt Citymaker gepromoot via social media. "En onlangs stonden we met een stand op de PICNIC in Amsterdam."

Herkenbaar gezicht

Op termijn willen Het Keizerrijk architecten en partners Citymaker ook op licentiebasis ter beschikking stellen aan grote opdrachtgevers, zoals woningbouwcorporaties, gemeentes en projectontwikkelaars. "Op dit moment zijn we al hard met Citymaker aan de slag om plannen door te rekenen voor gemeenten en projectontwikkelaars, zoals onder meer voor het project IJburg 2." Samen met Syntens werkte Berend aan de presentatie van Citymaker. Berend: "De kracht van Citymaker zit 'm in het integrale karakter en de expertise van de deelnemende partners. Om die reden hebben we er voor gekozen om de coöperatie ook naar buiten een herkenbaar gezicht te geven in de vorm van een speciale website en een eigen huisstijl."

donderdag 19 juli 2012

Samenwerking kan leiden tot nieuwe businessmodellen voor architecten

De crisis in de bouw leidt soms tot mooie initiatieven. Architecten zoeken samenwerking bij hun ketenpartners, wat soms leidt tot nieuwe businessmodellen. Flex-Home is daar één van. Archus (http://www.arch-us.nl/ ), bureau voor bouwmanagement-ontwerpadvies-planuitwerking, en Theo Verburg Architecten (http://www.theoverburg.nl/ ) hebben hun krachten gebundeld in Flex-Home (http://www.flex-home.nl/ ).


Flex-Home is een design&build woningbouwsysteem met één casco voor verschillende doelgroepen. Van zeer voordelige starterswoning tot (meer)gezinswoning of aanpasbare appartementen, bijna alles is mogelijk met Flex-Home. De woningen kunnen tijdens de bouw, maar ook in de toekomst, makkelijk worden aangepast aan de gezinssituatie van de bewoners. Kamers erbij, van gezinswoning naar seniorenwoning, energieneutraal maken, bijvoorbeeld. Ontvlechting van bouwdisciplines en prefabricatie zijn de basis van het Flex-Home concept.Op basis van Slim Bouwen (http://www.slimbouwen.nl/ ).Doordat hetconcept de leveranciers en de afbouwers betrekt, integraal samenwerkt met vaste partners, is dit alles goed betaalbaar voor de kopers.


Waarom samenwerken?

Jeroen Heiblom, één van de partners van Theo Verburg Architecten (TVA), en Erwin Spuybroek, eigenaar van Archus, zijn oud-collega’s van elkaar. Archus werkt ook wel eens iets uit voor TVA. Onder een etentje bleek dat Jeroen en Erwin hun visie deelden over de toekomst van het architectenvak. En TVA had een plan, met potentie, liggen dat niet was doorgegaan.

Toen ging het balletje rollen. Na het etentje in april 2011, deden ze een haalbaarheidsonderzoek. Na de bouwvak in 2011 de engineering in samenwerking met andere (keten)partners. Voor de Kerst 2011 werd een intentieovereenkomst met deze partners getekend. Zij werden co-makers en preferred suppliers. Het verdienmodel, de organisatie en marketing is op papier gezet en begin 2012 gestart met acquisitie.

Waar liepen ze tegenaan?

Erwin vertelt:”We zijn beiden bureaus met een technische insteek, naast de architectonische drive. We zoeken alles uit, althans dat dachten we. Als je écht zelf gaat bouwen krijg je toch te maken met de consequenties van ontwerpbeslissingen die je eerder niet zo duidelijk zag. Wij zagen hierin geen beperkingen maar juist kansen. In samenwerking met de partners komen we er altijd uit. Wat leuk is aan deze samenwerking is de enorme positieve energie die loskomt wanneer je de partners, leveranciers en onderaannemers, serieus neemt in hun deskundigheid. Ze aanspreekt op hun kwaliteiten. Dat vinden ze fijner dan alleen op prijs en planning aangestuurd en afgerekend te worden, zoals in het traditionele bouwproces. Bij ons krijgen ze de kans om als partner te excelleren in hun discipline en zit er geen hoofdaannemer tussen. Keerzijde is wel dat ze ook verantwoordelijk zijn voor hun eigen werk omdat er geen bescherming van een hoofdaannemer is. Deze nieuwe rol is soms nog wennen.”

woensdag 13 juli 2011

Wat heeft een architect aan social media?

Begin juni organiseerde architectennetwerk Anet (http://www.anet.nu/ ) samen met ARCAM (http://www.arcam.nl/ ) een bijeenkomst over social media voor architecten. Ik heb mijn verhaal gehouden over het wat, hoe en waarom van social media. Met voorbeelden van verschillende toepassingen (presentatie http://slidesha.re/nfWm1s ). Jan Knikker ( hoofd PR & Business Development bij MVRDV http://www.mvrdv.nl/ ) hield zijn verhaal over hoe MVRDV social media toepast. De belangstelling was groot. 77 Aanmeldingen. Degenen die er niet bij waren kunnen hieronder, in het kort, de verhalen van Jan en mij teruglezen.

Wat is het

Social media is een verzamelnaam voor online platformen voor interactie en dialoog tussen de gebruikers onderling. Een paar voorbeelden zijn:

Linkedin – een professioneel virtueel netwerk, waarbij jouw eigen contacten gebruikt kunnen worden voor introductie bij contacten in de 2e lijn (contacten van jouw contact). Wordt verder ook gebruikt voor discussiegroepen, enquêtes, zoeken naar personeel .

Facebook – in eerste instantie een sociaal netwerk. Steeds meer bedrijven weten echter B-to-C contacten aan zich te binden via Facebookpagina’s, maar ook voor vastgoedprojecten. Zie het voorbeeld van MVRDV hieronder.

Twitter – ook wel microblog genoemd. Maximaal 140 tekens beschikbaar om met elkaar te communiceren over allerhande onderwerpen. Wordt vooral gebruikt om interessante mensen of onderwerpen te volgen.

Youtube - voor het bekijken en delen van filmpjes. Interessant om bouwprojecten, prijsvragen, virtueel bouwen etc. te tonen. Zie ook bij MVRDV hieronder.

Flickr – voor het bekijken en delen van foto’s en video’s. Er is steeds meer architectuur op Flickr te vinden. Van o.a. het NAI, ARCAM, architectuurstudenten en van architectenbureaus.

Gebruik het effectief

Waarom zouden architecten sociale media moeten gebruiken? Dat kan zijn:

• Om naamsbekendheid te krijgen bij de gewenste doelgroep

• Hun autoriteit en expertise tonen in online discussies

• Co-creatie, bijvoorbeeld via een online projectplek

• Kennis vergaren en kennis delen

Bedenk eerst met welk doel je sociale media wilt gebruiken. Dan wie de doelgroep is die je voor ogen hebt. Op welke social media platforms is die doelgroep actief? Wat vinden de mensen uit deze doelgroep interessant?

Een belangrijk kenmerk van social media is de interactie tussen mensen. Als je alleen maar informatie zendt, haakt men af. Ga de dialoog aan, reageer op vragen of stellingen, roep interactie op door bijvoorbeeld zelf een vraag te stellen of een prikkelende stelling te plaatsen. Wanneer ze je interessant vinden, gaan ze je volgen.

Een hulpmiddel bij het uitzoeken hoe social media effectief te gebruiken is het werkboek ‘Ondernemen met sociale netwerken’ van Syntens. Je kunt dit downloaden via http://bit.ly/8CHIEq .

Een voorbeeld uit de praktijk

Onderstaand voorbeeld heb ik niet laten zien op 1 juni, want het is recenter.

Architect en eigenaar van SA Design (http://www.sadesign.nl/ ), Sandra Risseeuw, twitterde over haar onderzoek naar het powernappen op kantoor. Dit onderzoek heeft ze gedaan voor haar ontwerp van een powernapstoel. Dankzij een persbericht zijn er ook artikelen over het onderzoek verschenen (o.a. http://bit.ly/iIQKxG ) en er zijn twee radioprogramma’s aan gewijd (BNN http://bit.ly/iZWfuc en Qmusic http://bit.ly/nKQ2wX ). Het onderzoek wordt heel interessant gevonden in de wereld van personeelsmanagers, want er is vooral in die hoek druk over getwitterd.

Social media is op deze manier een onderdeel geworden van Sandra’s marketingstrategie. Eerst het publiek bekend maken met het fenomeen ‘powernappen’, onderbouwd met onderzoek. Daarna pas de stoel op de markt brengen.

MVRDV

Toen Jan Knikker bij MVRDV begon bleek na enig onderzoek dat MVRDV een scheefgegroeid imago had. Het was in de architectuurpers bekend om iconische ontwerpen maar het brede en ook vaak zeer subtiele portfolio was minder bekend. Hij startte een ‘Google alert’ (een dienst van Google die meldt wanneer er over een bepaald onderwerp of naam geschreven wordt) op MVRDV, waaruit bleek dat er op internet weinig geschreven werd over zijn bureau. Ook de publicaties via persberichten analyseerde hij naar discipline en mediasoort. MVRDV bleek vooral via de architectuur pers gepubliceerd te worden.

MVRDV zit over de hele wereld met haar projecten. Hoe blijf je in contact met deze landen? Kwestie van een lange investering in persberichten en regelmatig verspreiden van nieuws. In verband met een beperkt netwerk een een nieuwe EU maatregel over ongewenste emails was er echter ook een snelle actie nodig. Jan was door zijn eerdere werk in aanraking gekomen met social media, meestal als waakhond om de medewerkers te weerhouden om geheime projecten te publiceren. Nu wilde hij juist de positieve kracht van social media voor zijn werk gebruiken. Het was gewoon een kwestie van doen. Dus zorgde hij dat MVRDV aanwezig was op Youtube, Flickr, Facebook en Twitter. Facebook wordt o.a. gebruikt voor nieuws, prijsvragen (ook verloren) en foto’s van evenementen op kantoor die de reputatie van MVRDV als goede werkgever versterken. Op Twitter hebben zij nu meer dan 11000 volgers, en toch maar 194 tweets geplaatst. Dit omdat ze alleen twitteren als er écht iets te melden valt. De informatie over MVRDV op Wikipedia werd bijgewerkt (en meteen door kritische waakhonden geneutraliseerd), want daar wordt veel op gekeken.

Het gebruik van sociale mediaplatforms heeft ook valkuilen. Zo moet je alert zijn op ‘foute vrienden’. En moet je tegen kritiek kunnen.

Enkele resultaten:

• Youtube: de meest bekeken film heeft ruim 31000 bezoekers

• Flickr: ruim 6000 foto’s met een MVRDV-tag (vooral foto’s van anderen)

• Facebook: meer dan 6000 fans en 5000 vrienden

• Linkedin: een actieve groep met ex-medewerkers

Over een treffend voorbeeld van effectief gebruik vertelt Jan: “met een Facebookoproep voor nieuwe medewerkers is het binnen 24 uur mogelijk geworden een projectteam samen te stellen.”

Tips van Jan voor architectenplatforms zijn: http://www.architizer.com/ , http://www.archello.com/ , http://www.archinect.com/ , http://www.dezeen.com/ .

Wat is nu het resultaat van ruim twee jaar actief te zijn op social media platforms voor MVRDV? Een veel grotere naamsbekendheid. Niet alleen bij architecten, maar juist bij anderen, doordat publicaties nu grotendeels niet via de architectuur pers lopen. Het draagt bij aan de reputatie van MVRDV.


zaterdag 26 maart 2011

Architect onderscheidt zich met nieuwe dienst

Gelukkig kom ik nog steeds architecten tegen die niet bij de pakken gaan neerzitten, in deze crisistijd. Ook zij kampen met teruglopende opdrachten, maar zetten hun creativiteit in bij het ontwikkelen van nieuwe diensten. Bij Syntens noemen we dit diensteninnovatie.

Waardemeter Vastgoed

Architect-ondernemer Jan Wijnand Groenendaal van http://www.wkgarchitecten.nl/ zet op dit moment zijn nieuwe dienst http://www.waardemetenvastgoed.nl/ in de markt. Waardemeter Vastgoed is een methodiek dat vier scenario’s kan doorrekenen van nieuwe bestemmingen voor bestaand vastgoed, maar ook voor nieuwbouw. (Ver)bouwkosten en opbrengsten worden getoond, en de mogelijkheden van functies in 3D visualisaties. Deze methodiek geeft beleidsmakers en beslissers een tool in handen om weloverwogen te kiezen voor sloop of nieuwbouw. Het kan ook een oplossing bieden voor leegstand van een pand, inzicht geven in de mogelijkheden objecten makkelijker te verhuren of te verkopen en het voorkomen van leegstand door onnodige nieuwbouw.

Ontstaan en ontwikkeling van de nieuwe dienst

Ik vroeg Jan Wijnand hoe hij op het idee kwam deze dienst te ontwikkelen. ‘Het is ontstaan uit de actualiteit van leegstand’ zegt hij. Toen hij 3 jaar geleden aan het nadenken was over de toekomst zag hij het nieuwbouwvolume slinken en het bestaande bouwvolume groeien. Daarom vond hij het verstandig te verbreden.

De ontwikkeling van de nieuwe dienst is gestart tijdens een opdracht. De eigenaar van een monument, in het centrum van Utrecht, kon het pand niet meer goed verhuren. Functioneel klopte de indeling niet en het was moeilijk te verhuren terwijl de locatie prima was. Jan Wijnand ontdekte dat het pand in de jaren 80 ‘teruggerestaureerd’ was. Er was destijds geen oog geweest voor functioneel gebruik. De buurt is sindsdien erg veranderd. Door een nieuwe verbinding te maken tussen functie, plek en uitstraling is het mogelijk de waarde van het pand te verhogen. In opdracht van de eigenaar zijn meerdere mogelijkheden en functies bekeken. Dit is uitgewerkt in verschillende scenario’s, waar de opdrachtgever een keuze uit kon maken.

Jan Wijnand bedacht dat deze methodiek een nieuwe dienst zou kunnen worden. Enerzijds om als adviesdienst te gebruiken, naast zijn reguliere architectuur werkzaamheden. Anderzijds als middel om ontwerpopdrachten binnen te halen.

Hij is eerst zelf met de marketing begonnen en heeft een brochure laten drukken. Dit werkte niet goed. Daarom heeft hij een marketingexpert ingehuurd die een marketingstrategie voor hem heeft uitgewerkt wat o.a. resulteerde in een nieuwe website. Er is marktonderzoek gedaan, waaruit bleek dat de markt nog niet klaar was voor dit product. De strategie is daarom gericht op de zogenaamde ‘early adaptors’. Te bereiken via netwerken en samenwerken.

Ook heeft hij zijn product aangepast, als gevolg van concrete vragen van opdrachtgevers . Hiermee heeft hij de architectenselectie gewonnen. Bij het, eerder genoemde, monument worden twee modellen in elkaar geschoven. Dit wordt nu uitgewerkt in twee functies binnen het gebouw, verdeeld over de verdiepingen. Het resultaat is een huurpand dat rendabel is voor de eigenaar.

Toen ik vroeg naar zijn ambitie voor Waardemeter Vastgoed, vertelde Jan Wijnand: ‘Mensen zien vaak beren op de weg. Ik wil synergie creëren, iets doen met het pand. Ook collega-architecten kunnen het succesvol inzetten. Binnen één maand kun je vier scenario’s doorgerekend hebben, inclusief de presentatie voor de opdrachtgever. Het product levert vier rekenmodellen, 3D-plaatjes met de ‘look & feel’ betreffende de functies’

Meer weten over diensteninnovatie?

José Laan (jose.laan@syntens.nl) en Sandra Verweij (sandra.verweij@syntens.nl) van Syntens hebben, samen met de VU Amsterdam, een diensteninnovatiemodel ontwikkeld. Speciaal voor het MKB. Wil je meer hierover lezen, waaronder ervaringen van ondernemers met dit model? Kijk dan op www.syntens.nl/diensteninnovatie .

woensdag 2 februari 2011

Wil je BIM toegepast zien? Kom dan naar de BIMCaseweek

Er is al veel geschreven over BIM (Bouwwerk Informatie Model). Welke softwarepakketten BIM ondersteunen. Welke faalkosten worden verminderd of voorkomen. Welke afspraken gemaakt moeten worden met de andere disciplines in het bouwproject. Welke competenties nodig zijn, bij een architectenbureau, om succesvol te kunnen ‘BIMMEN’. Hoe het ontwerpproces verandert door BIM, etc.

Ik kan me voorstellen dat je, als architect, twijfelt of BIM wel iets is voor jouw bureau. Daarom krijg je begin februari 2011 de kans om ontwerpteams bezig te zien met BIM, bij de BIMCaseweek, tijdens de ‘Bouw en ICTbeurs’ in de Jaarbeurs in Utrecht. En…. Mocht je geïnspireerd raken door hetgeen je daar ziet. Kun je begin 2012 zelf meedoen in één van de ontwerpteams. Hieronder meer informatie over het evenement (http://www.bimcaseweek.nl/) .

BIMCaseweek 2011

Van maandag 7 tot en met donderdag 10 februari 2011 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht de vierde BIMCaseweek plaats. Het werken met een Bouwwerk Informatie Model (BIM) zal in een geconcentreerde week tot het uiterste worden beproefd.

Begin januari is het maximum aantal van 60 deelnemers bereikt. Daarmee is voor het vierde opeenvolgende jaar aangetoond dat de BIMCaseweek in een belangrijke behoefte voorziet. Ervaring opdoen met BIM in een ongedwongen sfeer binnen een korte tijd, heeft ook in het verleden bewezen van grote waarde te zijn voor de deelnemers.

De doelstelling van de BIMCaseweek 2011 is het verdiepen van de reeds aanwezige BIM-kennis bij de deelnemers. Daarnaast is publiciteit en informatieverstrekking rond het fenomeen BIM belangrijk. Een extra accent wordt dit jaar gelegd op de relatie tussen BIM en Duurzaam Bouwen. Daarom is dit keer gekozen voor een renovatieproject als bouwopgave.

Tijdens de BIMCaseweek wordt een renovatieproject van woningbouwcorporatie Stadgenoot (http://www.stadgenoot.nl/) in Amsterdam gebruikt om een zo hoog mogelijk BIM-gehalte te bereiken. In een proces van vier dagen met evaluatie- en overlegmomenten, wordt toegewerkt naar een zo rijk mogelijk BIM. Om de deelnemers hierin uit te dagen worden drie teams samengesteld, van elk 20 personen, die met elkaar een competitie aangaan. Het project is een combinatie van een gebouw met infrastructuur, zodat voor beide disciplines voldoende uitdaging aanwezig is.

Samenwerken tussen een groot aantal disciplines uit de bouwwereld in een multidisciplinair project, wordt zonder grenzen van contracten bevorderd. De resultaten zijn telkens verbluffend.

De Bouw & ICT beurs zal gelijktijdig van dinsdag tot donderdag gehouden worden en de Internationale BouwBeurs van maandag tot en met zaterdag. Beide beurzen vinden plaats in de Jaarbeurs. De BIMCaseweek 2011 staat daarmee in het middelpunt van de hele bouwbranche.

Heb je vragen over de BIMCaseweek, of heb je interesse om volgende keer ook mee te doen in één van de ontwerpteams? Stuur een mail naar mijn collega Jaap Kolk (jaap.kolk@syntens.nl)

vrijdag 24 december 2010

Internationaliseren; een strategische aanpak voor architecten

In de media zie je regelmatig succesverhalen van Nederlandse architecten in het buitenland. Toch zien veel architecten de stap naar het buitenland als een hoge drempel. Mijn collega, Sybren Steensma, adviseert op het gebied van internationaal innoveren. Hij heeft al verschillende architectenbureaus op weg geholpen met hun internationaliseringstrategie. In sommige gevallen zelfs met een Prepare2startsubsidie.


Internationaliseringstrategie

Dit bestaat uit 3 onderdelen:

1. Waar ben je goed in? Hoe onderscheidt jouw bureau zich hierin ten opzicht van anderen (zowel in NL als in het buitenland)?

2. Welke buitenlandse markt(en) wil je opgaan? Waar zie je mogelijkheden voor jouw bureau? Maak een longlist en werk toe naar een shortlist, waaruit je een keuze maakt.

3. Maak een stappenplan om in het gekozen land projecten te gaan doen. Als uit dit stappenplan blijkt dat er zaken als marktverkenning, partnerselectie, presentatiemateriaal, vergroten van kennis over het land (bijv. regelgeving) nodig zijn, kan gebruik worden gemaakt van de Prepare2startsubsidie van NL EVD Internationaal (http://www.evd.nl/ onderdeel van AgentschapNL).

Ook als je een (potentiële) buitenlandse opdrachtgever op het oog hebt, is het nuttig zo’n stappenplan te maken en Prepare2start in te zetten!

In de praktijk

BRTArchitecten (http://www.brta.nl/ ) uit Alkmaar heeft het in de praktijk toegepast. Sjon Pepping van dit bureau vertelt dat zij, via een opdracht voor Stenden Hogeschool te Leeuwarden, in Qatar terecht gekomen zijn. BRTA is echt onderscheidend in het ontwerpen van leeromgevingen, en dat biedt dus ook kansen in het buitenland. Het architectenbureau had al contact met Syntens en kwam zo terecht bij de Prepare2startregeling. Sybren Steensma nam de directeur van BRTA mee naar de EVD. Via de EVD kwam BRTA in contact met de Nederlandse ambassade in Qatar en met Fenedex (http://www.fenedex.nl/ een organisatie die kennis en ervaring over zakendoen in en met het buitenland samenbrengt). Via Fenedex kwamen ze in aanraking met een jurist die de algemene voorwaarden, contract- en honorariumzaken in Qatar juridisch heeft gecontroleerd. De Prepare2startsubsidie is ingezet voor het juridisch advies, marktverkenning, productpresentatie en presentatiemateriaal. BRTA is inmiddels lid geworden van Fenedex en heeft gebruik gemaakt van hun trainingsaanbod. Voor volgende buitenlandse projecten komen ze zo goed beslagen ten ijs. Een mooi voorbeeld van hoe je met een goed netwerk verder komt.

Heb je ook belangstelling om projecten te doen in het buitenland en wil je dat strategisch aanpakken? Neem dan contact op met mijn collega Sybren.Steensma@syntens.nl .

donderdag 18 november 2010

Architect, durf te kiezen!

“Bureau X werkt voor uiteenlopende opdrachtgevers. Uw specifieke wensen vormen ons uitgangspunt. In nauw overleg met u komen we tot een goed resultaat!”


Regelmatig zien wij een soortgelijke tekst op websites van architecten en ontwerpers.

Eigenlijk staat hier: wij doen alles, voor iedereen.

"Daar zit weinig focus in, en het onderscheidt niet, omdat iederéén het zegt. Is het dan een wonder, dat opdrachtgevers alleen nog maar op prijs selecteren?
Als je iedereen tegelijk probeert aan te spreken, bereik je niemand. Een beproefd marketinginzicht luidt: maak keuzes. Laat zien, dat je de specifieke behoeften van je klant begrijpt. Dat gaat alleen als je weet wie je klant is en je in hem verdiept." Zegt collega Sybren Steensma.


Aan welk maatschappelijk vraagstuk wil je een bijdrage leveren?


Welke beslisser gaat daarover?


Wat drijft hem of haar?

Naar onze ervaring vinden architecten het moeilijk om keuzes te maken. Ze willen zich niet richten op één doelgroep, uit angst om te eenzijdig te worden. Maar dat hoeft ook helemaal niet: je kunt heel goed een top drie maken en je daarop richten. Een eenvoudige tussenweg.

Sommige architectenbureaus kiezen wèl, en plukken daar de vruchten van. Een voorbeeldcase van mijn collega Jeroen van der Aa: Architectenbureau Hienkens (http://www.hienkens.com/), onderscheidt zich door een neoclassicistische stijl. Hienkens richt zich daarmee op duidelijke niches binnen de retail- en consumentenmarkt. Bij het bepalen van hun marketingstrategie heeft het bureau zich laten ondersteunen door studentonderzoeker Dries Veldman, die erop afstudeerde. Hienkens wil de breuk herstellen van de moderne architectuur naar de klassieke architectuur, door het ontwerpen van klassieke gebouwen met Nederlandse materialen. Hoe dit uitpakt is onder meer te bewonderen in het Haagse project `Haagsche Bluf´ (http://www.haagschebluf.com/).

Een goede manier om na te denken over doelgroepen en klantbehoeftes is het propositiehuis. Aan de hand van dit model hielpen wij verschillende architectenbureaus bij het maken van keuzes en het formuleren van de juiste boodschap.
Hierbij komt telkens dezelfde valkuil naar voren: architecten vertellen graag en makkelijk over zichzelf, maar niet over hun klanten. Dat is de verkeerde volgorde! Zoals elk huis bouw je ook het propositiehuis van onderaf op. Dus: eerst op je doelgroep inzoomen, snappen wat zijn behoefte is, en daarop een passende belofte formuleren.

Wie zo’n behoeftenonderzoek grondig wil doen, kan zich laten ondersteunen door een studentonderzoeker, net zoals Architectenbureau Hienkens dat deed. Desgewenst kunnen wij bedrijven matchen aan de juiste student.

Interessant?
Reageer hieronder.

donderdag 14 oktober 2010

Architect, laat weten waar je mee bezig bent


Zelf lees ik graag de nieuwsbrieven van architecten die ik persoonlijk ken. Soms heb ik ze al een tijd niet meer gesproken. En met hun nieuwsbrief zie ik wat ze bezighoudt en hoe het gaat met het bureau.

De nieuwsbrief is een ideale manier om ‘op het netvlies’ te blijven van jouw netwerk. Je zit misschien wel in het geheugen van die opdrachtgever waar je 3 jaar geleden contact mee had. Maar als er een nieuwe opdracht aankomt, wil dat niet zeggen dat hij meteen aan je denkt. Een, regelmatig terugkerende, nieuwsbrief zorgt ervoor dat zijn geheugen opgefrist wordt. Maar ook voor anderen uit jouw netwerk kan het nuttig zijn om op de hoogte te blijven waar jij mee bezig bent (of wat jou beweegt, of wat jij kunt).

Maak je nieuwsbrief aantrekkelijk voor de lezer. Bied nieuwswaarde. Verras de lezer. Noem niet alleen je gewonnen prijsvraag of je laatst opgeleverde project. Het wordt interessanter als je van een project ook de bouwopgave noemt. Als je daarna uitlegt hoe je tot jouw concept en ontwerp gekomen bent, bied je nieuwswaarde. Vergeet niet je publicaties te noemen. Plaats een link naar de plek waar de publicatie te downloaden is. Wees alert wanneer andere media over jouw bureau schrijven, noem dit in je nieuwsbrief met een link naar het artikel.Ook de lancering van je nieuwe website kan je noemen. Met natuurlijk de toelichting wat er veranderd is en waarom je het veranderd hebt.

Als je een nieuwspagina op je website bijhoudt, is het niet moeilijk om (bijvoorbeeld 4x per jaar) een nieuwsbrief te vullen. Let er wel op dat je regelmatig je nieuwspagina bijwerkt. Het moet actueel zijn!

Goede voorbeelden van nieuwsbrieven en nieuwspagina’s bij architectenbureaus zijn:

http://www.sponge.nl/ , dit bureau verstuurt nieuwsbrieven, waarop je je kunt abonneren via hun homepage.

http://urbansymbiose.nl/ dit bureau heeft het nieuws meteen op de homepage staan. Zij vermelden hun nieuws altijd onderaan hun e-mails. Met een link naar het volledige artikel op hun website.

http://jagerjanssen.nl/ vermeldt ook hun nieuws op hun homepage. Belangstellenden kunnen zich abonneren op dit nieuws door middel van een RSS-feed. Dit houdt in dat je een seintje krijgt wanneer het nieuws op hun website zich ververst.

Tips voor het maken van een nieuwsbrief

• Bedenk wie de doelgroep is voor wie je schrijft. Is het voor een brede doelgroep, gebruik dan geen ingewikkelde vakjargon.

• Bedenk wat interessant is voor jouw doelgroep. Prikkel ze, verras ze. Zorg ervoor dat ze denken: “zo heb ik er nog niet naar gekeken”. Of:”ik wist niet dat hij dat ook kon/wist/maakte”.

• Stuur alleen een nieuwsbrief naar degenen die je persoonlijk kent, of die zich zelf hebben aangemeld voor jouw nieuwsbrief. Geef ook de mogelijkheid om af te melden voor je nieuwsbrief. Anders wordt het spam.

• Zet het belangrijkste nieuws (voor je doelgroep) bovenaan. Als het eerste artikel ze bevalt, zullen ze ook de rest lezen.

• Plaats je tekst niet paginabreed, want dat leest ongemakkelijk. Gebruik de kolomindeling en maak 2 of meer kolommen.

• Gebruik aantrekkelijke foto’s. Heb je geen foto van hetgeen je wil vertellen, gebruik dan een plaatje, grafiek of andere visuele ondersteuning.

• Gebruik kopjes per item. En schrijf kernachtig en beknopt. Wil je meer kwijt, maak dan een link naar het uitgebreide aritkel op je website. Mensen ‘scannen’ tekst op internet. Vinden ze het onderwerp interessant, zullen ze doorklikken voor meer informatie.

• Meer tips voor het schrijven van een nieuwsbrief http://bit.ly/9Q1Ed6 .

• Meer tips over het schrijven voor internet: http://bit.ly/9hQDjT .

maandag 30 augustus 2010

Architecten realiseren innovatie door samenwerking

Architectenbureaus realiseren sneller en beter innovaties in samenwerking. Dat is niet alleen mijn overtuiging. Ik zie dit ook bevestigd in de praktijk. Mijn collega, Andrea Teeuwisse, uit Brabant heeft een mooi voorbeeld van een samenwerking in een Bouwteam+.


Duurzaam bouwen is de drijfveer van dit Bouwteam+. Directeur Frits Dansen van http://www.fdarchitecten.nl/ uit De Moer deed mee vanaf het begin. Hij zegt: “Duurzaamheid is niet alleen een kwestie van minder of alternatief energieverbruik, maar ook van andere materialen en installaties - een warmte terugwinunit bijvoorbeeld. Maar denk vooral aan vermindering of voorkoming van faalkosten. Je bent dan niet alleen zuiniger met de productiemiddelen, maar houdt ook geld over om te kiezen voor duurzame oplossingen, die vaak nog wat kostbaarder zijn dan gangbare materialen en methoden.”

Gezelschap

Het netwerk van Syntens leverde een gezelschap op dat behalve uit FD Architecten bestaat uit aannemer Remmers Bouwgroep, elektrotechnisch installatiebureau Klostermann Nederland en Oostelbos Installatietechniek. (zie ook artikel van Gemeente Tilburg http://bit.ly/cTKbXJ , over ‘vernieuwde benadering van bouwproces op basis van MVO uitgangspunten).

Dansen: “Binnen Bouwteam+ zijn wij inderdaad gedurende het hele proces nauw met elkaar opgetrokken en zijn we er daarom in geslaagd duurzaam te bouwen. In mei vorig jaar kregen we de opdracht voor het tekenwerk en met kerstmis was het gebouw klaar. Dit was mogelijk omdat we als team de bouwvoorbereidingen al troffen tijdens de bouwvergunningprocedure. Doordat we al voor de bouw gestart zijn en alles goed op elkaar hadden afgestemd, zijn er geen bouwfouten of wijzigingen meer geweest.”

Betrouwbaar

Volgens Dansen gunde de Universiteit van Tilburg het project mede aan Bouwteam+, omdat de bedrijven de indruk wekten een betrouwbare eenheid te zijn. “In de praktijk is dat ook gebleken. Het kleedkamergebouw voor studenten moest bijvoorbeeld hufter proof zijn. Dat betekent onder meer dat je alle leidingen wilt wegwerken in de isolatie, dakbouw en vloer. Dikwijls plaatst dat een installateur voor moeilijke vraagstukken wanneer de architect en de aannemer hun kunstje al hebben gedaan. Nu was alles al prima op elkaar afgestemd.”

Eendracht

Een anekdote illustreert de eendracht binnen Bouwteam+. Dansen, met een glimlach: “Ik had een interpretatiefout gemaakt voor het invalidentoilet. Om veiligheidsredenen dient de deur naar buiten in plaats van naar binnen te draaien. Ik had het andersom getekend. Maar omdat we de kosten gezamenlijk dragen, hebben de aannemer en de installateurs gezegd eveneens op te draaien voor de kosten van de aanpassing. De opdrachtgever hoefde daar geen bijdrage aan te leveren.”

maandag 9 augustus 2010

Architectenbureaus kunnen hun personeel strategischer inzetten

In 2008 hebben wij een onderzoek gedaan, voor de BNA, naar het personeelsbeleid bij architectenbureaus. Uit dit onderzoek bleek dat het management van de bureaus de interne kwaliteit wil verhogen. Door medewerkers zelfstandiger te laten werken, minder fouten te laten maken en beter te laten communiceren met elkaar, met opdrachtgevers en met adviseurs. Medewerkers van de bureaus willen graag werken aan hun eigen ontwikkeling.
 
Sommige bureaus hebben de uitkomsten van dit onderzoek gebruikt om hun personeelsbeleid aan te pakken. Ik ben benieuwd hoe het nu gesteld is met hun personeelsbeleid. Één van die bureaus is http://www.griffioenarchitecten.nl/ .

Een brainstormsessie binnen het management, onder begeleiding van Syntens, bracht interne problemen aan het licht. Aan het eind van de brainstormsessie is een actieplan gemaakt met acties voor alle MT-leden.

  ‘Alles is duidelijker. Waar we als organisatie naar toe willen en hoe dat doelgericht te bereiken. De medewerkers zijn meer betrokken, mondiger en de onderlinge communicatie is sterk verbeterd.’ Volgens Jan Griffioen, directeur van Griffioen architecten. Hij dacht dat zijn medewerkers de visie en strategie van het bureau kenden, maar dat bleek niet het geval.
Één van de zaken die hij heeft veranderd is het voeren van functioneringsgesprekken.

‘Iemand binnen het bedrijf had interesse in HRM en pakte het op. Sinds we hiermee aan de slag zijn gegaan, is er een enorme drang tot studeren bij de medewerkers. Veel mensen willen iets leren zodat ze iets kunnen toevoegen aan het bedrijf. Onze werknemers zijn veel gemotiveerder, iets wat we uiteraard toejuichen,’ vertelt Jan Griffioen. Om de kennisomgeving beter in te richten, verwees Syntens hen door naar een adviesbureau. Jan Griffioen:’Zij hebben geholpen om de kennis die in de organisatie leeft beter met elkaar te delen.’ Tenslotte kreeg het architectenbureau hulp bij het maken van een businessplan. In de dertig jaar dat ze bestaan, was dat er nooit gekomen. ‘In al die jaren ging het hier eigenlijk heel goed, dus zagen we nooit de noodzaak. Maar nu hadden we behoefte om te focussen, om duidelijk te maken waar we heen willen en wat onze strategie is. Daar hoort een businessplan bij.’

 Nu, twee jaar later, vroeg ik hem wat het businessplan hem heeft opgeleverd.
‘Twee dingen: zelf beter weten waar we naar toe willen. Welk deel van het werkveld. Voor wie we willen werken en voor wie niet.
De interne waardering wordt groter, omdat je weet waar je goed in bent. Dat kan je dan ook uitdragen. We hebben nu een extern bureau in de arm genomen om onze branding aan te pakken.’ Vertelt Jan.
Het bureau is ook een intranet gestart, om elkaar nog beter op te hoogte te houden. Niet alleen kennis delen, maar ook informele nieuwtjes. Zo leren de mensen elkaar beter kennen en krijgen meer waardering voor elkaar.

 
Opzet van een strategische brainstorm

Stand van zaken (sterkten/zwakten) 
  • huidige situatie
  • zo staan we er voor (wat gaat er goed, wat gaat er minder goed)

Wat zien we om ons heen gebeuren?(= visie, kansen en bedreigingen) 
  • relevante trends en ontwikkelingen

Wat willen wij daarmee? (= ambitie)
  • wat wil(len) ik/wij bereiken over 5 of 10 jaar?
  • wat is dan de plaats van ons bureau?
  • wat betekent dat voor mij/ons persoonlijk? Wat is mijn/ieders rol dan?

Hoe komen we daar? (= missie)
  • hoe willen wij (dan) bekend staan? (=identiteit)
  • wat maakt ons onderscheidend? (=succesformule/concept)
  • waar moet ons bureau dan voor staan (=cultuurwaarden). Wat verwachten we van elkaar?

Wat moeten we daarvoor doen?
  • hoe gaan we dat aanpakken? (= strategisch plan)
  • verbeteringen/maatregelen op deelonderwerpen
  • vertaling naar afdelingen: wat moet er (nog) gebeuren?

Welke mijlpalen willen we wanneer bereiken? (= doelstellingen)
  • directie: wat moet het opleveren?

Wie doet Wat en Wanneer moet het af zijn? (= actieplan)

 

maandag 26 juli 2010

Architecten en hun bouwteampartners moeten dezelfde taal leren spreken

Toren van Babel, Breughel
Kunsthistorisches Museum, Wien
Waarom?

Omdat een architect met steeds complexere projecten te maken krijgt. Hij heeft dan veel aan de kennis uit andere disciplines. Neem nu bijvoorbeeld de installatietechniek. Deze techniek is zó in ontwikkeling. Maar ook steeds eerder in het ontwerpproces nodig. Prof. Zeiler (TU Eindhoven) noemt het in zijn artikel ‘Het verschil tussen samen werken en samenwerken’ (http://www.stork.com/Downloads/Corporate/SAW/SAW_2004_2_NL.pdf ).

Hij zegt dat er verschil is in de gedachtewereld tussen architect en installateur. De eerste is academisch en de tweede is pragmatisch. Beslissingen worden vaak in de conceptuele fase genomen, door de architect. Hierbij wordt de installatietechniek steeds belangrijker. Partijen moeten onderling begrip krijgen, zegt hij. Door het ontwikkelen van dynamischer, procesgericht denken. Met andere woorden: ’ze moeten elkaars taal leren spreken’.

Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de processen rond integraal ontwerpen. Maar hoe gaat dat nu in de praktijk? Emile Quanjel, promovendus op dit onderwerp, toetst zijn ontwikkelde methode in de vorm van workshops. Hij zet daarvoor architecten, installateurs en dakspecialisten bij elkaar in ontwerpteams. Zij krijgen dan ontwerpopdrachten die ze gezamenlijk moeten uitwerken (http://www.dakweb.nl/roofs/2009-11/Roofs11-09-integraalontwerpen.pdf).

Ik ben twee keer bij zijn workshops aanwezig geweest en vond het erg boeiend. Maar ik ben ook benieuwd hoe een deelnemende architect er tegenaan kijkt en vroeg het aan één van hen. Eddo Carels (http://www.caasarchitecten.nl/ ), één van de deelnemers, is enthousiast over de methode van Emile. ‘Iedere partij moest op zijn eigen manier inzichtelijk maken wat het probleem is. Zo werden alle aspecten van het probleem belicht en kwamen partijen dichter bij elkaar’ vertelt Eddo. Hij vond de situatie herkenbaar en kon het direct toepassen bij een lopend renovatieproject. Een week later zat hij namelijk met de opdrachtgever en een duurzaambouwen-adviseur aan tafel.

Heb je zelf voorbeelden van ‘elkaars taal’ leren spreken? Of wil je jouw mening geven? Reageer dan op dit artikel.


dinsdag 13 juli 2010

Architecten en opdrachtgevers denken over veel dingen hetzelfde

Deze stelling komt niet uit de lucht vallen. Ook al zou je denken dat opdrachtgevers en architecten ver uit elkaar staan, omdat zij niet hetzelfde belang hebben. Een architect wil vaak bijzondere, mooie dingen maken. Opdrachtgevers hebben daar niet altijd budget voor. Of ze hebben andere belangen, zoals beleid, politiek, snel resultaat behalen of goedkoop inkopen.


Architectennetwerk Anet organiseert dit jaar debatten met opdrachtgevers bij Arcam, architectuurcentrum van Amsterdam (8 en 21 september 2010, zie agenda op http://www.arcam.nl/ ). Vorig jaar organiseerden zij iets soortgelijks bij het ABC Architectuurcentrum in Haarlem. Toen maakten deze debatten deel uit van de tentoonstelling ‘Anet werkt!’. De architecten van Anet hebben hier een leuk boekje van gemaakt, waarin ze onder andere de inzichten delen die zij uit de debatten hebben opgedaan. Dit boekje is te downloaden van hun website http://www.anet.nu/ (onder de rode knop ‘Anet werkt!’, rechtsboven).

Ik was bij de debatten met de opdrachtgevers (2 woningcorporaties, een Gemeente, MAB Development en het ProjectManagementbureau Amsterdam) en ik wil graag de inzichten uit deze debatten met jullie delen. Voor mij was het een ‘eyeopener’, dat de opdrachtgevers en de architecten over zoveel dingen hetzelfde denken!

Een samenvatting van één van de vijf debatten:

'Selecteer architecten waarmee je goed kan samenwerken. Die bij de opdracht passen en niet op conceptuele basis. Architect moet vooral uitgaan van wat mensen willen. En niet alleen wat de locatie verlangt. Architect moet probleem oplossen waar de opdrachtgever mee zit.'

Verkregen inzichten van hetgeen opdrachtgevers willen en belangrijk vinden:

• Beeldkwaliteitplan beïnvloedt architectenkeuze.
• Opdrachtgever helpen problemen oplossen.
• Horizon scherp stellen.
• Creativiteit moet erin blijven.
• Architecten vroeg inschakelen bij visievorming en conceptontwikkeling.
• Opdrachtgever en architect moeten elkaar vinden in taken en verantwoordelijkheden.
• Architectenkeuze moeilijk te objectiveren.
• Voordat opdracht wordt verstrekt de rollen goed verdelen.
• Strategie in plaats van beeld architectuur.
• Continuïteit van bemensing.
• Niet voor één gebruiker, maar voor meerdere generaties gebruikers.

Nieuwsgierig geworden? Lees dan het hoofdstuk ‘Anet ontwerpt speciaal voor u’ in het boekje ‘Anet werkt!’

dinsdag 29 juni 2010

Architecten kunnen concurreren met catalogusbouwers

Concurrentie van catalogusbouwers is een veel gehoorde klacht van architecten. Deze woningen zijn goedkoper. Vaak prefab gebouwd, dus eerder klaar. En de koper van zo’n woning kan zijn eigen details kiezen in de afwerking. Een catalogusbouwer presenteert dit dan als ‘maatwerk’.
Maar waar concurreer je eigenlijk mee? Catalogusbouwers vertellen op hun website dat, wanneer je een architect inschakelt, de aannemer de uiteindelijke prijs bepaalt. Terwijl je bij hun meteen de prijs weet. Ook zou je te maken krijgen met meerdere partijen, waardoor het geheel onoverzichtelijk en daardoor duurder wordt.


Ik ken architecten die hier een goed tegenwicht in bieden. Zij bedenken alternatieven om toch betaalbaar een architectonische woning te bouwen. Soms ontzorgen ze hun particuliere opdrachtgever, zodat deze met één partij te maken krijgt. Dit noem ik architect-ondernemers.

Voorbeelden:

Een architect heeft speciaal voor particulieren deze website gemaakt: http://www.bouwenmoetleukzijn.nl/. Zijn concept ‘Quality Island’ zorgt ervoor dat met een goede voorbereiding (zoals een stappenplan voor de particuliere opdrachtgever) de ontwerp- en bouwkosten laag gehouden worden. Dit doet hij in samenwerking met de aannemer. Ook is hij het aanspreekpunt voor zijn opdrachtgever tot het huis wordt opgeleverd.
 
De volgende architect heeft zijn opdrachtgever het verhaal van de bouw van zijn woning zelf laten doen in een weblog: http://bnr156.blogspot.com/ . Zij vertellen enthousiast dat hun bijzondere woning snel stond, door prefab lichtbetonnen wanden en aluminium vliesgevels. Een betere promotie, dan een tevreden opdrachtgever, kan haast niet!


Sommige architecten stimuleren het particulier opdrachtgeverschap, zoals deze architect met een Moodboardgenerator op zijn website http://www.hm.nl/ . Daarnaast heeft dit bureau een afgesloten omgeving voor zijn particuliere opdrachtgevers, genaamd: ‘Mijn Woning’. De specifieke informatie zoals over duurzaamheid, bouwvergunningen en subsidies zijn daar te zien.

Waarom concurreren? Je kunt ook samenwerken met een bouwbedrijf dat catalogusbouw aanbiedt. Het initiatief ‘Mijn Eigen Gerijde Huis’ is hier een voorbeeld van. Je kunt als particulier je eigen huis ‘ontwerpen’ met een applicatie via de website, gemaakt door de architect en het bouwbedrijf. (www.mulderobdam.com/megh ).

Een ketensamenwerking, tussen architect en andere bouwpartijen, kan tot een uniek product leiden. http://www.lofthome.nl/ is hier een voorbeeld van. Energie- en onderhoudsvriendelijke woningen met een ruim woonleefklimaat. En… betaalbaar!

Wat vind jij? Kan een architect concurreren met een catalogusbouwer? Heb je misschien zelf een inspirerend voorbeeld?

maandag 14 juni 2010

Is een architect ook ondernemer?





Één van de eerste vragen die ik stel aan een architect, met een eigen bureau, is:'voel je jezelf ondernemer?' Vaak krijg ik dan 'nee' als antwoord. Dan vraag ik door:


  1. moet je jouw eigen opdrachten binnen zien te halen?
  2. moet je investeren in jouw eigen bedrijfsmiddelen, zoals hardware, software, werkruimte en auto?
  3. ben je zelf verantwoordelijk voor het, door jou opgeleverde ontwerp of advies?
  4. werk je met personeel of met stagiaires, die aangestuurd moeten worden?


Als je een groot deel van deze vragen met 'ja' beantwoordt, ben je ondernemer. Zorg er dan ook voor dat jouw bureau geleid wordt als een onderneming. Een ondernemer durft risico te nemen, maar kan ook (financiële) klappen opvangen. Een ondernemer is gedreven om zijn doelen te bereiken. Niet alleen de korte-termijn-doelen, maar ook de meer strategische lange-termijn-doelen.
Ik weet dat een architect vooral mooie dingen wil maken. Mijn boodschap is:'zorg dat het je ook wat oplevert'. Ik bedoel dan niet genoeg om van te leven, maar genoeg om te investeren in de toekomst van je bureau.

 
Een ondernemer ziet kansen, waar anderen obstakels zien. Architectondernemers hebben zelfs een voorsprong op ondernemers uit andere branches. Ze zijn vooral creatief in het vinden van oplossingen en bedenken soms innovatieve concepten voor hun eigen bureau. Dit kan zich uiten in nieuwe diensten. Vooral de crisis in de bouw zorgt voor versnelling van innovatie. Ik zie bureaus die een verschuiving doormaken van ontwerpend bureau naar adviserend bureau. Voorbeelden hiervan zijn:


  • bureaus die kennis hebben ontwikkeld in duurzame concepten adviseren collega-architecten die ook duurzaam willen bouwen.
  • sommigen hebben zich gespecialiseerd in het ontwerpen voor specifieke doelgroepen en adviseren de overheid, woningcorporaties of collega's over deze doelgroep.
  • sommigen nemen zelf het initiatief tot bouwen in samenwerking met een ontwikkelaar of met een bouwmanagementbureau.
  • bureaus die BIM-tools hebben ontwikkeld bieden dit nu aan bij andere bureaus.


Wat kun je leren van deze voorbeelden?


Als er zaken zijn waarin jij je onderscheidt van anderen en je bent er goed in, denk dan eens aan een ander businessmodel. Met andere woorden: je kunt ook verdienen aan het advies dat je anderen geeft.




Wat denk jij. Is een architect ook ondernemer? Heb je misschien ook inspirerende voorbeelden?